ZANGER IN PARIJS

sHet is 1956. Ik sluit het seizoen af bij Wim Sonneveld.

We (Janine en ik) hebben ontzettend veel succes in het wijnkeldertje "Le Bon Mariage, le vin et le fromage". Daar zingen we na de voorstelling Franse chansons en dat heeft zich binnen de kortste keren doorgepraat. Heel veel studenten komen, onder aanvoering van Karel Roskam en Joris van der Berg. Ook komen schouwburg- en concertgangers na de voorstelling in drommen om zich in dat kleine keldertje te proppen. Vrouwen in avondjurk en mannen in smoking ( dat was gebruikelijk in die tijd voor het uitgaanspubliek) moesten op kussentjes zitten zodat de ruimte die eigenlijk plaats bood voor 25 man nu plaats bood voor wel 75!

ik zei tegen Wim: "We hebben zoveel succes met die Franse liedjes. Die willen we eigenlijk wel gaan zingen in Parijs".

Hij antwoordde: "Heb je er wel eens over nagedacht dat er in Parijs wel 100 of meer jonge mensen zijn die ook Franse liedjes zingen?

Nee, daar hadden we niet over nagedacht.

"Maar ik wens jullie toch heel veel succes!"

We werden opgevangen door de Franse familie van Janine. Vooral door haar zwager Louis, van oorsprong een Italiaan. Achternaam: Galletti.

Hij waakte als een vader over ons. Hij had op mijn verzoek al een autootje gekocht: een Renault 4. Zo'n kikkertje. Maar ik moest nog wel rijles nemen.

Na 10 lesjes vond de instructeur het voldoende. Hij riep voornamelijk: "Plus vite! "Het Parijse verkeer kende geen pardon met langzaam voortkruipende Nederlanders.

Het theorie examen was nog mondeling. Aangezien mijn Frans nog niet goed genoeg was had ik de hele Code de la Route uit mijn hoofd geleerd. Als je me 'snachts wakker maakte riep ik: "cassis ou dos d'âne! ( een weghobbel) of route perpendéculaire of zoiets.

Nadat ik het examen met goed gevolg had afgelegd mocht ik dan voor het eerst in mijn eigen autootje rijden. Nu was er op dat moment benzine crisis en Louis had het wagentje heel zuinig afgesteld. Gelukkig had ik gezien aan welke knopjes hij had gedraaid in de motor want ongeveer telkens als ik van versnelling veranderde sloeg de motor af. En dan moest ik ook nog het geluk hebben dat de motor via de startknop wou starten. Zoniet dan had ik een ijzeren hendel, een krik, die ik voorin moest steken waarna ik met een paar draaien de motor weer aan de praat kreeg. Tijdens dit eerste ritje ging ik onder poorten van het Louvre door met achter mij zo'n grote Parijse autobus. Prompt sloeg de motor af. Het zweet brak me uit. Gelukkig wou hij wel starten. Ik parkeerde en draaide alle knopjes open. Dan maar niet zuinig rijden!

We gingen met het gitaartje in de hand langs alle plekken, cabarets en restaurants waar we misschien konden optreden. Maar dat bleek niet zo eenvoudig. Tot we succes hadden in een restaurant op de Ile Saint Louis. Het heette: "Les Anisetiers du Roy". Later begreep ik waarom. Het was namelijk eigendom van Mr Ricard, van de Pastis van dezelfde naam.  En volgens mij was het een witwas project. De gerants kochten hun biefstuk gewoon bij de slager tegenover en vroegen belachelijke prijzen. Maar wij werden natuurlijk karig betaald. 15 francs voor de hele avond en een sandwich met Konijnen Pâté Dan moest ik wat achtergrond muziek spelen op de gitaar en op een goed moment konden we dan optreden. Na een paar weken hadden we schoon genoeg van die sandwich maar we wilden hem wel hebben want het was onderdeel van ons salaris. Als we dan om half een snachts naar buiten gingen stond daar een clochard aan wie we met een vorstelijk gebaar de sandwich overhandigden. Dan liepen we naar huis. Een uur lopen want we woonden achter de Butte Montmartre in de Rue Ordener. Nachtbussen waren er nog niet. Het was midden in de oorlog met Algerije en men was alert op terroristische daden. Op een nacht stopte er een overvalwagen naast ons waaruit een tiental agenten sprong die in een kring om ons heen gingen staan met getrokken geweer. "Wat zit er in die koffer?" was de barse vraag. "E-e-een gitaar", stotterde ik. "Maak open!" Gelukkig was het zo.

Beetje bij beetje raakten we bevriend met andere artiesten zoals Georges Moustaki en Barbara en Jean Ferrat en lukte het ons om op te treden in cabarets of restaurants waar ook zij optraden. Parijs zat vol heel talentvolle jonge zangers die nog niet echt beroemd waren en naar wie men kwam luisteren in dat soort gelegenheden. De gramofoonplaat had nog niet diezelfde impact als later en men wilde de zangers in levende lijve zien optreden.

Zo traden we op in "L'Echelle de Jacob"in de Rue Jacob met onder anderen Jacques Brel, die al een beetje bekend was en zelfs al in l'Olympia had gestaan met "Quand on n'a que l'amour" maar die de eigenares van L'Echelle, madame Lebrun, zo dankbaar was dat zij hem indertijd de eerste kansen had gegeven dat hij speciaal drie weken vrijmaakte om bij haar te spelen. Drie huizen verder zongen we samen met Jean Ferrat in La Rôtisserie de l"Abaye" tussen de tafeltjes waar de diensters in Middeleeuwse kledij liepen en op de Butte Montmartre zongen we samen met Barbara. Geen van deze gelegenheden bestaat meer. Ze werden discotheek, lounge of pizzeria. Het was een heerlijke tijd. We waren redelijk arm maar voelden ons groot artiest. Er was ook veel collegialiteit. We waarschuwden elkaar als er ergens weer een nieuw tentje openging waar kon worden gezongen.

Inmiddels hadden we een kamer betrokken met toilet op de gang in de Rue de l'Hirondelle. Een heel klein straatje uitkomende op de Place Saint Michel. In de kelders van dat huis was een cabaret waar men Chansons grivoises zong. Stoute liedjes waarvan in Frankrijk een uitgebreid repertoire bestaat. De legende zei dat in diezelfde kelders François Vilon wijn dronk met zijn kameraden. Nu is er op die plek een sexclub!

Toen kwam er een jonge impresario die ons uitnodigde voor een optreden in Chicago op een grote Tradefair, maar dat verhaal vertel ik in mijn column over New York. Heen en weer reizend maakten we een EPtje. Een plaatje met 5 liedjes bij de gerenommeerde platenmaatschappij " Boîte à Musique"  (BAM) die eigenlijk vooral klassieke muziek uitbracht en enkele zorgvuldig uitgekozen jonge chansonniers.

Deze chansons kunt u beluistern op SPOTIFY.

tik in de titel:  JANINE ET NICO en luister. Het is nog steeds wel om aan te horen.

Je berijpt waarom Suzy Solidor ons noemde naar een beroemde teken cartoon: Les Amoureux de Peynet. Dat verhaal kunt u vinden onder de titel Suzy Solidor.