Wim Kan

                                                            14 juni '84

Het is vreemd te bedenken dat de werkervaringen met Kan nu een afgesloten periode vormen.
Elk jaar - zo tegen october - begon bij de tv. de Kan-koorts te woeden. Zou de meester te bewegen zijn tot een optreden?
De droom van de programmeurs, een onverslaanbaar programma met ongekend hoge kijkdichtheid!
Zijn optreed frequentie was al veel hoger dan hijzelf ooit voorspeld had:"Eens in de zes jaar zal ik voor tv. verschijnen", zei hij in '73. Maar drie jaar later in '76 stond hij er alweer. En in '79 nog eens. Daarna, als in een stroomversnelling, was er elk jaar wel wat. Een compilatie van politieke uitspraken onder het motto: Kan heeft het een paar jaar geleden al zien aankomen. Dit geplaatst in een gruwelijk-platte oudejaars feestuitzending van de Nos, zodat het beoogde effect
totaal teloor ging. Vervolgens onenigheid met de Vara vanwege wat onvoorzichtige uitspraken op een persconferentie over een mogelijke jubileum uitzending met als gevolg een eindeloos interview bij Aad van den Heuvel, zodat vele kijkers de tv. al hadden afgezet of waren overgeschakeld voordat een prachtige selectie uit zijn lopend theaterprogramma werd opgevoerd. Toen een briljant half geïmproviseerd optreden als de ambtenaar van der Putte bij Koot en Bie en, als laatste de show van '82 die geheel in de schaduw stond van de ziekte van Corrie Vonk. Kan wilde elk moment van de dag beschikbaar zijn voor haar en zijn eigen voorbereiding en de repetities leden daar onder.
Het werkterrein werd verlegd naar Velp, zodat men dicht bij het zomerhuis kon blijven en voor de opnamedagen in het Nieuwe de la Mar Theater moest er naast het toneel in de coulissen een rustruimte worden gebouwd met bank, toilet en tv. monitor plus een verpleegster, zodat Corrie daar de hele tijd kon blijven. Toen Wim aan het eind van de show zijn Corrie nog één keer op het toneel bracht, liepen de tranen van ontroering bij het publiek en bij hen beiden over de wangen.
Het was natuurlijk geen goede show. Het was meer een gebaar van hem naar zijn vrouw en naar zijn publiek om, ondanks de omstandigheden, toch een show te maken. Daarbij had hij nagelaten om een puntige conference op te bouwen. Hij nam zelfs nauwelijks de tijd om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws. Zo bleef het bij namen noemen en daarover grappen maken. Toch zat er voldoende oud en nog nooit vertoond materiaal in om van een interessant programma te kunnen spreken. Maar de ruggengraat ontbrak.

Tijdens het rituele moment dat de meester zich altijd voorbehield en waarop hij mocht beslissen of er uitgezonden werd of niet, aarzelde hij dan ook lange tijd! Hij wist zelf natuurlijk maar al te goed dat hij niet helemaal op niveau geweest was. Het was Corrie [inmiddels enigszins hersteld], die de knoop doorhakte: “Je moet het doen, Wim!” zei ze. “Het publiek verwacht een programma en je stelt ze ontzettend teleur als je ’t niet laat uitzenden.”

Afgaande op de kijkcijfers wist het publiek het dan ook redelijk te waarderen. Maar de pers viel over hem heen. De zwakke plekken waren natuurlijk makkelijk aan te wijzen. Maar over de kwaliteitspunten werd gemakshalve heen gewalst. Sentimenteel doen met je vrouw is in Nederland natuurlijk toch al een beetje onbehoorlijk, om niet te zeggen een beetje vies! Freek de Jonge kon daarover dan ook enkele door iedereen ontzettend gewaardeerde grappen maken.

De hele vergelijking met diens optreden op het andere net was door Wim Kan ongewild en artistiek gezien niet opportuun.

“Un dialogue de sourds!” Twee geheel verschillende werelden. Wim Kan begreep niets van die man en je kunt je met evenveel recht afvragen of  Freek iets van Wim Kan begrijpt.

Toen ik Wim vroeg of hij naar Freek had gekeken, bekende hij dat ze het programma na een paar minuten hadden afgezet. Hij gaf een beetje de schuld aan Corrie die zo was gaan roepen over die rare man en zo, maar hij was het zelf ook niet op een stil moment nog eens terug gaan kijken. En zo herinner ik me nog Freek – toen nog met Bram – die in ’76 – Kan was toen op zijn artistieke hoogtepunt – een vrijkaartje vroegen voor de tv. opname en daarna in de foyer met luide stem verkondigde dat deze man dus echt niet meer kon!

 

Op de avond dat Wim’s overlijden werd bekend gemaakt was ik samen met Cecile mijn vrouw, in Carré op weg naar de kleedkamer van Herman van Veen. In de gang werd ik aangehouden door een van Hermans bewonderaarsters. “Ik ga maar niet naar hem toe,” riep ze, “de schok moet zo groot voor hem zijn, dat moet hij alleen verwerken!”

“Welke schok?”vroeg ik.

“Nou dat Wim Kan dood is,”antwoordde ze. Op onze reactie zei ze: “Oh, wisten jullie het dan nog niet?” “Nee.”zeiden we.

“Nou dan zul je wel begrijpen hoe ’n erge schok dat voor hem moet zijn.” “Ja.” Antwoordden we.

Het Verdriet van een Kunstenaar moet natuurlijk hoger worden ingeschat dan dat van een werker achter de schermen, maar met Herman konden we er gelukkig op gelijk niveau en op hartverwarmende manier over praten. Er zat weliswaar een journalist bij, die terstond van huis was afgereisd om kersvers de reactie te noteren van een artiest op het overlijden van een collega en vriend. Maar we stoorden ons daar weinig aan. We haalden herinneringen op uit de eerste jaren, toen Herman zijn eerste kans kreeg van theaterdirecteur Peter Lohr in Haarlem en ik zijn programma regisseerde. Twee van de “groten” waren komen kijken. Wim Sonneveld en Wim Kan. De eerste, met zijn scherpe blik voor kwaliteit, was toch niet verder gekomen dan wat opmerkingen in de trant van: “Hij is veel te brutaal”en “Hij moet eerst nog maar een paar jaartjes de provincie in om het vak te leren, net als Rients Gratema”.

We zijn nog helemaal naar Groningen gereisd om hem in een gesprek om toelichting te vragen. Tijdens dat gesprek zwakte hij weliswaar zijn opmerkingen wat af, maar hij had toch kennelijk wat moeite toen, met aanstormend nieuw talent en het is de vraag of het Rients Gratema zoveel goed heeft gedaan om zich toentertijd onder zijn hoede te laten zetten. Van Wim Kan kreeg Herman een brief met de gedenkwaardige woorden: “..ik viel van mijn stoel van het lachen!”

Daaruit is een blijvend contact en een grote vriendschap gegroeid en Herman heeft van Wim vele raadgevingen ontvangen die hij grotendeels – en zo hoort het ook bij raadgevingen – in de wind heeft geslagen.

Wim Kan zocht aansluiting bij de nieuwe generatie en die vond hij het meest – niet zo vreemd als het op ’t eerste gezicht lijkt – bij Herman.

Het zijn beide eigenzinnige figuren die hun eigen gang gaan. Ze kunnen op het toneel gaan staan en met het publiek praten alsof ze het tegen jou persoonlijk hebben. Beide vanachter een masker. Wim Kan als de “grappige” conferencier, waar hij dan ineens doorheen breekt met iets heel menselijks en persoonlijks, Herman van Veen met die naar binnen gekeerde blik van: “Nooit mag je bij mij naar binnen kijken”, waarvan hij dan toch ineens het scherm laat zakken en waarbij hij zich kwetsbaarder durft op te stellen dan wie ook.

 

De mooiste opmerking tijdens dat gesprek kwam van Herman.

Die werd in het artikel dat de journalist schreef weliswaar aan mij toegekend, maar de man had helaas weer eens maar half opgelet.

We hadden het over het innige contact tussen Corrie en Wim en over de paniek waarin Wim kennelijk was geraakt toen hij zich tijdens het afgelopen jaar had moeten realiseren dat hij misschien wel alleen – zonder Corrie – door zou moeten. Nu was hij als eerste overleden.

Herman zei: “Het is nu net alsof Wim tegen Corrie zegt: “Ik ga vast even vooruit, kijken hoe ‘t daar is.” “

 

De mooiste tv. show  vond ik die van ’76. Met de briljante imitatie van den Uyl en met het weergaloos scherp doorlichten van een heel rijtje politici: “Weet je wie ook zo’n bekwááááme man is…”.

De show begon traditiegetrouw met de melodie: uren, dagen, maanden, jaren en een huilende Corrie, omdat er weer eens iets misgelopen was met de oliebollen. En dan sprak Kan de gouden woorden: “Zo bruin als van Agt ze bakt, krijg je ze nooit!”.

Hij was in die tijd laaiend tegen van Agt. Gaf meer dan ooit zijn eigen mening bloot. Dat hele gedoe om de abortuskliniek van Bloemenhove had hem ontzettend aangegrepen. Het hele programma door bleef hij maar hakken op van Agt.

“Als van Agt na 25 mei premier wordt krijgen we in elk geval een andere minister van Justitie!”. Dat zag hij als enig lichtpuntje.

“Zwarte Dries”, noemde hij ‘m of: “Kojak met ’n pruik op”.

“Van Agt, een koorknaap die na elk debacle een toontje hoger zingt!”

We namen twee avonden achter elkaar shows op. Tussen de opnames door werd er gezamenlijk door Wim Kan, Joop Koopman en mijzelf geschaafd aan de inhoud. We controleerden de lengte en bespraken de wenselijkheid van bepaalde grappen en opmerkingen. De werklust van Wim Kan was enorm. Hij was bereid om tot de laatste minuut veranderingen te overwegen om het programma beter te doen worden. De sfeer was heel ontspannen. Ik herinner me dat hij een keer als een kwajongen voorstelde om een ruzie te ensceneren om Corrie te laten schrikken. Dus begonnen Joop en ik braaf te schreeuwen van: “Meneer Kan, dit kunnen we niet tolereren!” [pas twee jaar later stelde hij ons beiden voor hem Wim te noemen]. En inderdaad, Corrie kwam met een bleek, geschrokken gezicht om ’n hoekje kijken. Dolle pret.

 

Tijdens de opnames van de eerste avond deed van Agt een soort verkiezingsoptreden bij Willem Duys in de Vuist. Kan zelf had dit natuurlijk niet gezien. Maar de volgende dag verscheen een delegatie, aangevoerd door Sant Heyermans, de vrouw van pianist Ru van Veen en vele malen tekstschrijfster voor Wim. Ru was er ook bij en Corrie had zich ook aan hun zijde geschaard. Zij hadden van Agt bij Duys gezien en hij was zo menselijk overgekomen. Ze spraken de vrees uit dat het publiek Kan’s felle aanvallen op van Agt niet zou accepteren. Hij had ook zo aardig gesproken over het feit dat hij altijd yoghurt bij het ontbijt gebruikte. Wout Van Liempt, de impresario, die een zeer belangrijke coördinerende taak had bij de conference en die zelf vele grappen aandroeg, hield zich op de vlakte en Joop Koopman en ik hielkden ons natuurlijk ook buiten de discussie. Hier was de Vara opeens belanghebbende partij. Er werd enorm op Kan ingepraat: “Zo bèn je niet, Wim.”werd er gezegd. “Je zegt wel scherpe dingen over ze maar je blijft menselijk!”. Eindelijk ging Kan door de knieën. Hij beloofde een aantal van de ergste opmerkingen te schrappen. Ik vond het wel jammer voor het programma. Maar ik had wel vrede met de oplossing die hij aandroeg.

“Heb je ‘m gezien op de buis, die van Agt. Bij Duys?”vroeg hij het publiek. “Wat was-ie menselijk hè! Ik vond hem bijna zo menselijk als de goudvis!”.

Toch was de hele achterban tevreden.

Voor de plaat was ’t te laat. Die werd altijd samengesteld uit de eerste opnames, opdat men het resultaat zo snel mogelijk op de markt kon brengen. Daar staan alle opmerkingen nog onverkort op!

Voor de tv. bleef er nog genoeg over.

Over het CDA: een soort safaripark voor de laatste christenen.

Een soort wie van de drie: wil de echte gelovige opstaan!

En nog over van Agt: aftreden, optreden of langzaam afdrijven.

Als wij over alles zo lang zouden nadenken als van Agt, had je geen abortuskliniek meer nodig.

En in het prachtige liedje over de abortuswet de woorden:

De klok weer 50 jaar teruggezet…

Bloemenhove, het embryo vakantieoord..

En tot slot de vraag:

Na hoeveel maanden mag je ’n eind maken aan een ongewenst ministerschap.

 

Op ‘n onbewaakt moment slaakte hij de verzuchting: “Als ik ‘m af kan houden van het premierschap, heb ik mijn taak volbracht.”

En daar ligt nu juist weer de beperking van de cabaretier. Dat lukt dus niet. Gelukkig maar, want er is al zoveel demagogie in de politiek. En die beperking kende Wim Kan natuurlijk zelf ook maar al te goed. Daarom tilde hij waarschijnlijk zelf niet zo zwaar aan al zijn eigen snierende opmerkingen. Maar hij was een twijfelaar. Juist in zijn eigenzinnigheid een heel onzeker mens. En wie laat zich niet meeslepen door zijn eigen wensen.

 

In later jaren kon Wim met enthousiasme vertellen over zijn ontmoetingen met van Agt:”Zo’n bijzonder aardige man!” Hoe deze zelfs een kabinetsberaad in de steek had gelaten om een uurtje te komen babbelen tijdens een Haagse repetitie! Geen kwaad wilde hij meer horen. Wonderlijk, die twee kanten in dezelfde man.

Maar om zijn eigen opmerking over de bisschoppen naar aanleiding van de abortus nog even te citeren: “Als je de sport niet beoefent, moet je je ook niet met de spelregels bemoeien”.

Hij wist als geen ander het Nederlandse publiek een politieke spiegel voor te houden, waarbij hij nooit zover naar één kant overhelde dat er nog maar één helft van het publiek om kon lachen.

De enige uitleg die ik eraan kan geven is, dat hij vooral de menselijke dwaasheid behandelde die er steekt in elke goedbedoelde poging om de wereld te verbeteren.

En dat deed hij op onverbeterlijke wijze.